Course "Algorithmic Art & A.I." Remko
Scha
The
Mechanics of Expression: Donkeys, Monkeys, Cats and Elephants
| Opdracht:
Vergelijk de grap met het schilderij van Boronali (georganiseerd
door de criticus Roland Dorgelès) met Marcel Duchamp's
inzending voor de Salon van de Society of Independent Artists
in New York in 1917. |
De dierenkunst-traditie gaat terug tot minstens 1910, toen het
schilderij "Et le soleil se coucha sur l'Adriatique"
van de "excessivistische" schilder Joachim-Raphael Boronali
uit Genua werd tentoongesteld in de Salon des Indépendants
te Parijs. Achter het pseudoniem Boronali ging de Parijse ezel
Lola schuil, die volgens een notarieel ooggetuige-rapport het
schilderij met de staart vervaardigd had. (Cf. Warnod, 1910; Weiss,
1994, pp. 149-151, 304.)
In de zestiger jaren (tegelijk met Tinguely's Méta-matic's)
werden ape-tekeningen vrij populair en alom tentoongesteld (cf.
Morris, 1962; Whiten, 1976; Schretlen, n.d.). De "Blindzeichnungen"
en dergelijke werken van Arnulf Rainer moeten in dit verband ook
genoemd worden; ze zijn weliswaar door een volwassen mens gemaakt,
maar zitten net zo in elkaar als typische ape-tekeningen. (In
1979 heeft Rainer ook tekeningen van een chimpansee nagemaakt;
volgens Rainer's eigen zeggen hebben deze copieer-sessies ook
inspiratie voor zijn latere werk opgeleverd.) Busch & Silver
(1994) rapporteren uitgebreid over katten-kunst. De laatste jaren
is de Aziatische olifant sterk in opkomst (Komar et al., 2000).
De staart-, poot- of slurfbewegingen van hogere zoogdieren zijn
vergelijkbaar met de bewegingen van Tinguely's Méta-matic's
en leveren eveneens een soort randomized Lissajous-figuren
op. (Schretlen heeft in zijn onderzoek
ook de Méta-matic van het Stedelijk Museum gebruikt om
apetekeningen te simuleren.)
Ellsworth Kelly: Automatic Drawings (1950)
[Yve-Alain Bois: Ellsworth Kelly:
The Early Drawings, 1948-1955. Cambridge, Mass.: Harvard University
Art Museums, 1999, # 30-32, 44-75.]
| Opdracht:
schrijf een computer-programma dat apen-kunst simuleert. Schrijf
ook simulaties van bijvoorbeeld katten, olifanten, Arnulf
Rainer, méta-matic's. Bespreek de verschillen
en overeenkomsten tussen de programma's. |
Referenties
Heather Busch and Burton Silver: Why Cats Paint; A Theory of
Feline Aesthetics. Berkeley, CA: Ten Speed Press, 1994.
Vitaly Komar,
Alex Melamid and Mia Fineman: When Elephants Paint. Harper
& Collins, 2000. [Asian
Elephant Art & Conservation Project.]
Desmond Morris: The Biology of Art. London: Methuen &
Co., 1962.
Arnulf Rainer: Blindzeichnungen. Köln: Wolfgang Hake
Verlag, 1973.
Arnulf Rainer: "Gejammer." In: Arnulf Rainer: Bilder
1983 1985. München: Galerie Fred Jahn, 1986. (Cf.
pp. 11/102.)
Ignace Schretlen: De
l'étude sur les gribouillages des singes anthropoïdes
et des tout petits enfants. [Nederlandse vertaling: Over
de wortels van de creativiteit. Onderzoek naar krabbels van mensapen
en peuters: kunstje of oorsprong van kunst?]
André Warnod: "Un âne
chef d'école. Il expose aux "Indépendants"
un tableau peint avec sa queue. Cet âne, il est vrai, est
de Montmartre." Le Matin, March 28, 1910, p. 4.
Jeffrey Weiss: The popular culture of modern art.
Picasso, Duchamp, and avant-gardism.
New Haven and London: Yale University Press, 1994.
Andrew Whiten: "Primate perception and aesthetics."
In: Don Brothwell: Beyond Aesthetics. Investigations into the
nature of visual art. London: Thames and Hudson, 1976, pp.
1840.
|